Herinneringen heb ik genoeg. Teveel om op te noemen. Zo nu en dan zelfs uit een ver verleden. Zo was ik laatst in de supermarkt en zag ik roze koeken in de aanbieding. Zes stuks voor slechts 89 cent! De koeken deden me herinneren aan kleine Theo. Theo en ik zaten op dezelfde LOM school en waren tot elkaars kansloze vriendschap veroordeeld.
Theo´s vader was vrachtwagenchauffeur en altijd weg. Zijn moeder een hypochonder die menig ziektebeeld op de kaart heeft gezet en Theo zelf was een aardslelijk klein en spichtig jongetje met te grote tanden, te grote oren, ook rook hij altijd naar natte hond. Als Theo lachte en dat deed hij best vaak voor een jongetje met zoveel tegenslag, werd pas echt pijnlijk duidelijk wat een vreemd mannetje hij was. Hij hinnikte als een paard, had een veel te hoge stem voor zijn leeftijd, ook werd hij er niet knapper van omdat hij met zijn mond open lachte, waardoor zijn neus vervormde en je nog beter zijn uitstekende en scheefzittende tanden kon zien zitten.

Maar wat Theo razend populair maakte was dat hij in tegenstelling tot alle andere kinderen op school, altijd geld had. Veel geld ook in mijn herinnering. Zo kreeg hij geld van zijn moeder als hij eens een keer had meegeholpen met afwassen, zijn eigen veters had gestrikt, of helemaal zelfstandig zijn tanden had gepoetst. Nu was dat laatste ook wel geld waard in zijn geval. Maar wat Theo ook deed was stelen. Hij stal in winkels en het liefst snoep. Helemaal begrijpen deed ik dat nooit, hij had tenslotte genoeg geld om mee af te rekenen, toch stal hij liever.
Ik weet nog de eerste keer dat hij flink uitpakte op het schoolplein. Van de vrachtwagen gevallen, vertelde hij. Ik geloofde hem op zijn woord, zijn vader was tenslotte vrachtwagenchauffeur, dus heel geloofwaardig dat daar af en toe ook eens iets van af viel.

Pas veel kleurstof later begreep ik dat het maar een uitdrukking was geweest. Wist ik veel. Zulke dingen leerde je niet op onze school. De kinderen van het nabij gelegen Montessori onderwijs daarentegen waren heel erg goed in allerlei uitdrukkingen. ´De appel valt niet ver van de boom´schreeuwde een keer een in Kappa geklede jongen die met zijn moeder voorbij ons schoolplein liep. Hij had het tegen mijn moeder en mij. Ik weet nog hoe ik probeerde de boom te ontdekken waar die appel kon liggen.

Maar toen ook mijn hersencellen zich tegen ieders verwachting traag begonnen te ontwikkelen viel het kwartje. Nou ja, het kwartje viel niet echt natuurlijk. Theo´s dagelijkse snoep en koekjesassortiment bleek gestolen!

Na deze wereldschokkende ontdekking ben ik vaak samen met hem boodschappen gaan doen. Ik veroordeelde hem niet, ik vond hem dapper, dat hij zoiets durfde en ook nooit gepakt werd. Ik fantaseerde dat ik samen met hem hele voorraden uit winkels stal en samen voorzagen wij alle kinderen op het schoolplein van koekjes en snoepjes. Nooit eerder had ik zoveel vrienden. Ik puilde uit! Het zat overal! Onder mijn trui, in mijn mouwen, in mijn sokken en zelfs in mijn onderbroek. Het spul uit mijn onderbroek gaf ik aan de minder leuke kinderen. Mijn voorraad bestond voornamelijk uit koetjesrepen, bubblegom, meterslange droppen, en dus ook roze koeken. In het echt stond ik alleen maar op de uitkijk maar ook dat leverde me een flink deel van de opbrengst op.

Tot die ene dag. Theo werd gepakt. Binnen mum van tijd wist de hele school ervan en voor het eerst zag ik toen zijn vader. Zijn vader was groot, vlezig, hoekig, nors en harig. Zijn moeder klein, wit, reumatisch vertakt, en had zo,n laag zelfbeeld dat er zes kinderen van onze school in paste. Iedere stap die zijn vader maakte, moest zijn moeder er acht zetten om hem bij te houden. Woedend was zijn vader. Voor het eerst wilde ik niet in de schoenen van Theo staan. Het was doodstil op het schoolplein, je kon een speld horen vallen. Een voorbijlopend Montessorieonderwijs jongetje schold ons uit voor iets wat niemand van ons precies begreep. Maar dat was dan ook het enige wat je kon horen.
Theo hing aan zijn vader vast, hij werd aan één oor het hele plein over gesleurd.
Lijkbleek en doodsbang was hij.

Bezorgd keken de leraren het gezinnetje na. In de war en vol spanning zagen alle kinderen hoe Theo door zijn vader de auto in werd geduwd. De dagen die volgenden waren afschuwelijk. Theo kwam niet op school. Mijn best vriend, ik miste hem. De wildste verhalen deden de ronde. Theo zou zoveel slaag hebben gehad dat hij nog even niet kon lopen, vertelde stotterende Woutertje vol overtuiging. Marietje die een verre familielid van Theo was, had gehoord dat Theo zo erg op zijn billen had gehad dat hij er voorlopig niet op kon zitten. Sensatie-Erik had van zijn grote broer gehoord dat Theo´s vader zo hard aan zijn oor had getrokken dat hij er nu vanaf lag. We geloofde alles en fantaseerden er nog meer bij. Een voorbijlopende Montessori onderwijs jongetje schold ons uit voor mongooltjes. Dat begrepen we wel..en die jongen hebben we toen met z.n allen in elkaar geslagen.

Maar soms denk ik dus dat het hier allemaal is begonnen, mijn gewetensontwikkeling bedoel ik.

Ik moest bij de directeur komen, nou ja directeur.. we mochten hem gewoon Kees noemen. Achteraf denk ik dat hij een homo was. Zijn kleding, zijn loopje, zijn hele doen en laten verraadde een uitbundig dubbel leven. Volgens Kees had ik het jongetje het hardst geslagen. Ik vond van niet. Ook zou ik niet van het jongetje afgekomen zijn toen ze mij met z´n allen van hem af wilde trekken. Daar dacht ik ook anders over. Ik vond het oneerlijk dat alleen ik straf kreeg, anderen hadden hem ook geschopt en geslagen. Bovendien had Marietje hem ook bespuugd, dat was technisch gezien veel lager vond ik. Volgens Kees kwam dat omdat ik Marietje hiertoe toe had aangezet! Belachelijke aanname vond ik dat, alsof ik de spuug van Marietje onder controle had. Ik noemde de namen van alle kinderen die mee hadden gedaan in de hoop de straf een beetje eerlijk te verdelen en uit te smeren. En toen gebeurde het. Kees werd woedend. Op mij! Hoe ik het wel niet in mijn hoofd haalde om mijn vrienden er zo bij te lappen. Ik moest een voorbeeld nemen aan Theo. Theo die alle schuld op zich had genomen en ondanks zijn straf met geen woord gerept had over mijn aandeel. En ongeveer daar zakte ik diep door een denkbeeldige grond. Kees wist het!

Hij stuurde me naar de hoek van zijn kamer. Daar moest ik maar eens goed over mijn gedrag nadenken. Urenlang heb ik daar gestaan voor mijn gevoel. In werkelijkheid duurde het vast maar 10 minuten. En toen mocht ik kiezen. Ik mocht kiezen uit het schrijven van duizend strafregels -het kunnen er ook honderd geweest zijn- of een gesprekje met mijn ouders erbij. Ik koos voor strafregels en smeekte hem om mijn ouders niet in te lichten. Hij kende mijn ouders, ze waren veel erger dan die van Theo en dat wist hij. Hij liet me strafregels schrijven. Tot op de dag van vandaag ben ik hem daar dankbaar voor. Met de hoek en de strafregels wist hij me te begrenzen maar ook nam hij me in bescherming. Ik werd er uiteindelijk een beter mens van.

Nou ja, niet meteen natuurlijk:)

Advertenties