‘Het is onze cultuur!’.. ontvouwde de Surinaamse moeder in haar licht hysterische verdediging om zichzelf maar ook mij te overtuigen van haar gecultiveerde maar o zo goede bedoelingen. Ze was niet de eerste die ik dit zag doen. Velen gingen haar voor. Ouders uit allerhande culturen en milieu’s die zich na een misstap vastberaden niet laten aanspreken op het eigen gedrag maar dit gedrag cultiveren alsof het daardoor wat minder van henzelf en wat meer van anderen is.

‘Onze cultuur?’ herhaal ik vragend.
Onverbiddelijk knikt ze terug.
‘Toen ik opgroeide in Suriname was het woord van mijn moeder wet’, vervolgde ze haar kamikaze betoog. ‘Een pak slaag hoort bij de Surinaamse opvoeding! Wie niet horen wil die moet maar voelen’..

Geïrriteerd door mijn komst maar niet onder de indruk door de vragen die ik haar stel staat de moeder hoofdschuddend op. Ze is overtuigd van zichzelf en haar opvatting over hoe je kinderen in het algemeen maar Surinaamse kinderen in het bijzonder hoort op te voeden. Terwijl ze naar de keuken loopt neem ik haar woonkamer in me op. Het ziet er armetierig uit. Haar meubeltjes fluisteren teleurgesteld nooit erg edel te zijn geweest. Een vergeelde foto aan de muur mompelt het jammer te vinden dat hij nooit een lijstje kreeg. De Surinaamse vlag verklapt ervan te balen nu gebruikt te worden als een onderkleedje. Terwijl keukengeluiden op de achtergrond de afwezigheid van de moeder in de woonkamer bevestigen, sluit ik heel even mijn ogen en probeer ik terug te keren naar het kind in mijzelf. Dit doe ik wel vaker als ik het niet zo goed weet of gewoon geïntimideerd ben.  

Misschien klinkt dat gek, want wie in de jeugdhulpverlening werkt zou het altijd en in iedere situatie goed moeten weten. Toch is dit niet zo, althans niet in mijn geval. Voortdurend weet ik het niet zo goed. Constant twijfel ik over mijn eigen aannames. Systematisch neem ik mijn eigen oordeel op de hak. Geen rechter is zo streng als mijn geweten. Ook vind ik het moeilijk om door weerstanden heen te breken, zoals vandaag. Of om mensen die volledig overtuigd zijn van zichzelf tenminste te laten twijfelen. Deze moeder twijfelde geen seconde. Dus keer ik terug naar mezelf. Naar het kind in mij. Zij kan in mijn fantasie door willekeurig huis heen rennen, op de bank ploffen, schel lachen, klierig- of juist heel gehoorzaam zijn. Zij kan me laten zien hoe het is om te leven in het huis waar ik op visite ben.

‘Zou jij hier willen wonen?’ vraag ik haar.
Ze schud haar hoofd..
‘Waarom niet?’
Krachteloos haalt ze haar schouders op.
‘Wat voel je?’
‘Het is hier niet fijn’ fluistert ze zacht..
‘Ben je bang?’ 
ze knikt.

‘Kun je ook vertellen waarom?’ 

Ze zwijgt en na een tijdje wijst ze naar een beeldje naast de televisie..

Verstoort door een schel geluid van een vallend kopje in de keuken keer ik verschrikt terug naar mezelf en lees ik de melding nog eens aandachtig door.

Quincy is negen jaar en woont alleen met zijn moeder. Zijn vader is weggegaan toen Quincy drie jaar was, ze hebben elkaar nooit meer gezien. Quincy heeft leer- en gedragsproblemen. De juffrouw van school heeft de indruk dat zijn moeder niet goed met de problemen van Quincy om kan gaan. De gymleraar heeft tijdens de sportles tot overmaat van ramp striemen op zijn rug ontdekt en er voor de zekerheid een foto van gemaakt. De leraar heeft geprobeerd om er met Quincy over te praten. In eerste instantie werd Quincy boos, daarna reageerde hij ontkennend maar toen de leraar bleef aandringen barstte hij alsnog in tranen uit. Quincy vertelde hem over een riem en een rietje en over alle keren dat hij daarmee geslagen werd. Quincy smeekte zijn leraar om er niet met zijn moeder over te praten, het zou dan alleen maar erger worden.

Na het lezen van de melding wordt mijn aandacht opnieuw getrokken door het beeldje naast de televisie. Het beeldje staat er prominent. Door de groene roestvormige aanslag vermoed ik dat het een bronzen beeldje is. Het is een beeldje van twee gebalde en geketende vuisten. Een losgebroken schakel in het midden symboliseert een krachtige breuk. Het beeldje rekent duidelijk met iets af. Het symboliseert interne kracht en weerbaarheid, maar ook trots en woede. Ik herken deze symboliek. Het staat voor de slavernij, de afschaffing ervan. Terwijl ik het beeldje verder in me op neem, komt de moeder haar huiskamer weer binnen. Ik krijg een kopje thee, waarna ze zich met een diepe en vermoeide zucht in haar fauteuil laat vallen.

‘Waar kom jij vandaan?’ wil ze weten.
‘Nederland’, antwoord ik haar, wetende dat ze met dit antwoord geen genoegen zal nemen.
‘Nee, je cultuur, je vader, je moeder’.. vraagt ze geïrriteerd verder..
‘Aruba’, jok ik instinctief. Het heeft geen zin om haar te vertellen dat ik niet weet waar ik vandaan kom en dat ik geadopteerd ben. Gelukkig lijkt Aruba als antwoord haar goed te bevallen. Ze glimlacht goedkeurend en lijkt afstemming te zoeken. Alsof ze me wil inschatten. Minutenlang is het stil in huis, het gesprek stroomt niet echt, beiden komen we niet goed uit de verf. Zij niet omdat ze niet goed raad weet met mijn komst, ik niet omdat ik geen aanknopingspunt heb om tot haar door te dringen. Alleen het rond roeren van mijn theelepeltje is nu hoorbaar. Na een ongemakkelijk tijdje verbreek ik de stilte en probeer ik haar opnieuw een vraag te stellen. Maar nog voor ik mijn zin kan afmaken zie ik hoe haar passieve zithouding verschuift naar het actieve puntje van haar fauteuil.

‘Luister!..’, begint ze dreigend..
Haar stem klinkt ineens weer spartaans en net zo vastbesloten als aan het begin van het gesprek.
‘Jij mag dan je wortels in Nederlandse grond hebben gepoot, maar je afkomst verloochen je niet! Hier in dit huis bepaal IK de regels. IK straf mijn kind zoals IK dat wil! IK voed hem op zoals dat in MIJN cultuur normaal is. Is dat duidelijk?’

Ik knik..van mijn stuk gebracht.
‘volstrekt duidelijk mevrouw’, antwoord ik haar voor de zekerheid nog een keer extra.

Omdat ik mij nu duidelijk de les laat lezen geef ik moeder de indruk dat ze aan de winnende hand is. Ik geef haar het idee dat haar argumenten en overtuigingen steekhoudend zijn en dat ik verbaal niet tegen haar opgewassen ben. Mijn berustende houding moedigt haar tot mijn ergernis duidelijk aan..waarna ze verder het woord neemt.

‘Ik ben een alleenstaande moeder met een zoon die zich soms misdraagt. Ik wil niet dat hij later in de gevangenis komt en..’.
‘Helpt dit hem om uit de gevangenis te blijven?’ probeer ik onderbrekend..
‘Geen idee’, antwoord de moeder bars, ‘alleen God kan daar een antwoord op geven’..

En dan ineens ontstaat het helemaal vanzelf. Als door een mug gestoken sta ik op en loop ik naar het beeldje naast de televisie. Terwijl ik het beeldje op pak en geacteerd oppoets wil ik van haar weten waar het beeldje voor staat. Ze vertelt het beeldje te hebben als herinnering. Ze vertelt een nazaat te zijn van een slaaf. Ze vertelt hoe slavernij generaties lang families heeft verwoest. Háár familie. Ze vertelt van de kolonisten, van Afrika en over slavenschepen. Ze vertelt over plantages en verloren erfgoed. Ze vertelt zich er iedere dag bewust van te willen zijn dat zij nu in vrijheid mag leven. Ze vertelt zich nooit, maar dan ook NOOIT! meer door iemand de wet voor te laten schrijven! Zeker geen Nederlandse wet! En terwijl ze vertelt ben ik blij dat we weer in gesprek zijn. We komen steeds dichterbij al heeft de moeder nog geen idee. Ze lijkt het fijn te vinden om te praten over dit onderwerp, ze weet er veel van, veel meer dan ik. Aandachtig luister ik naar haar terwijl ze onderwijl een tweede kopje thee voor me inschenkt.

Na een tijdje besluit ik het beeldje weer terug te zetten naast de televisie en vraag ik haar op de man af wat maakt dat zij zich juist is gaan identificeren met voormalig slavenhandelaren. Waarom juist met hen! Waarom niet met de slaven?! Uit het veld geslagen door mijn roekeloze vraag heeft de moeder zichtbaar tijd nodig om te schakelen. Ze lijkt niet goed te weten of ze nu boos moet worden of niet. Nog voor ze zich kan herpakken licht ik mijn vraag verder toe.

Ik vertel dat ook mijn voorouders eeuwenlang zijn geslagen met riemen, rietjes en zwepen, met als doel hen beter te laten luisteren. Dreiging met de galg liet velen een stuk beter presteren. Harde zweepslagen voorkwam dat men in opstand durfde komen. Verkrachting van vrouwen en meisje hielp goed het gezag te respecteren. Ik vertel haar dat uitgerekend dit gedrag door haar nu wordt gekopieerd en trots als functioneel en pedagogisch erfgoed wordt verdedigd. Ik vertel dat zij haar eigen nazaat behandeld als een slavenkind die als hij niet wil horen hard en vooral veel moet voelen. Ik vertel van de schokkende overeenkomsten tussen de striemen op de ruggen van voormalige slaven en de striemen op de rug van haar eigen doodsbange kind. Ik vertel dat haar koloniale onderdrukkende en agressieve opvoedmethode op hele volksstammen tot op de dag van vandaag een verwoestende en traumatiserende werking heeft en dat zij deze werking in haar eigen opvoeding idealiseert en heeft verheerlijkt! Ik ben woedend! Het kind in mij is wakker en boos! Ik laat mijn kind schoppen om zich heen slaan en samen vermorzelen we symbolisch het beeldje naast de televisie. Pas als ik uitgeraasd ben vraag ik me hardop in alle oprechtheid af waarom ze zich in vredesnaam nooit heeft laten bevrijden en de kant heeft gekozen van de onderdrukker. Ik veroordeel haar scherp en verbrijzel haar geromantiseerde denkbeelden over cultuur en afkomst. Pas als ik uitgeraasd ben voel ik met hoeveel energie ik haar verbaal te lijf ben gegaan. Ik voel me ultiem afgepeigerd. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat ik me nu mogelijk klachtwaardig heb uitgelaten. Sommige dingen zeg je niet en kun je later onmogelijk verdedigen als je het moet herhalen in een tuchtrechtspraak. De context valt dan weg, de energie ontbreekt, de intentie is dan al aangetast.

Terwijl ik mezelf al zie solliciteren naar een andere baan valt nu pas op dat ze me niet heeft onderbroken. Dat ze al die tijd stil is geweest en heeft geluisterd. Aandachtig heeft ze geluisterd. Een lange en ongemakkelijk stilte klettert opnieuw over ons neer. Het lukt me niet om hoogte van haar krijgen. Deze had ze onmogelijk kunnen zien aankomen, ikzelf had hem ook niet aan zien komen. Het ontstond uit het niets en het riep ook bij mij veel emotie op. Doordringend kijkt ze me aan. Is dit een dreigende blik? Ik probeer haar te lezen en zit inmiddels zelf ook op het puntje van mijn stoel. Als ze nu niet tot een ander inzicht komt weet ik het ook niet meer. In dat geval moet ik over naar een plan B.

Dan doorbreekt ze de stilte. ‘Je hebt gelijk’ fluistert ze zacht.
Haar stem klinkt nu broos, ik hoor een trilling in de ondertoon. Haar ogen wateren licht en haar oogwit verkleurt zachtroze. Ze lijkt oogcontact te mijden en wend haar hoofd van me af. Mijn hart maakt een vreugdesprongetje, ze is onderdanig en toont zich heel even ondergeschikt. Dit is vast een goed teken, een teken van een gebroken verweer?

‘Ik moet hem niet slaan. Ik hou van hem. Ik leef voor hem. Ik sta iedere dag op voor hem. Hij is mijn alles en hij is ook lief.. Ik heb het nooit zo gezien, maar je hebt gelijk, o wat erg, ik schaam me zo!’..

Het klinkt als muziek in mijn oren, zei ze dit echt? Snel herpak ik mezelf, het is nu of nooit.

‘Begrijp ik hieruit dat ik u mag helpen de slavernij in uw gezin te stoppen? vraag ik haar dwingend en ditmaal zeer zeker van mezelf.  Ze knikt verslagen.

Niet veel later toont ze de riem waarmee ze Quincy eerder heeft geslagen en ook een rietje. Ik laat de riem door haar zelf weggooien in de prullenbak en het rietje breek ik symbolisch voor haar ogen stuk. Mijn vuisten en het gebroken rietje, ze lijken op het beeldje naast de televisie. We spreken af dat ze samen met Quincy in therapie gaat en ook spreken we af dat er iemand bij hen thuis zal komen die haar zal leren anders op te voeden. Ik voel me opgelaten en euforisch! Als een leeggelopen batterij die zich in razend tempo weer op weet te vullen met hernieuwde energie. Dit is waarvoor ik het allemaal doe, dit zijn die momenten!

‘Dus je neemt Quincy niet van me af?’ vraagt ze mijn feeststemming onderbrekend..
‘Nee, Quincy hoort bij jou..’ antwoord ik haar geruststellend, maar de slavernij op uw plantage is nu écht voorbij en het beeldje naast uw televisie zal u daar vanaf vandaag iedere dag aan herinneren..

Bij mijn vertrek krijg ik geen hand maar een bigi brasa.

Advertenties