Mia zit als raadslid in de gemeenteraad en geeft in haar dagelijkse leven Nederlandse les op een middelbare school. Mia plaatst in haar vrije tijd op haar tijdlijn een bericht waarin ze het karma noemt dat er in Mekka een kraan op een Moskee is gevallen. Karma, zo weet Mia gaat over het gevolg wat uit een daad voortkomt. Mia verwijst hierbij naar 9/11. Eigenlijk -om het in de schoolse sferen te houden- is het een haatdragend ‘lekker-púh-berichtje’ van een juffrouw die morgen weer voor de klas staat en o.a. kinderen met een Arabische achtergrond les mag geven én mag beoordelen!

Ikzelf heb ook een aantal vrienden op mijn Facebook die mijn tijdlijn regelmatig vervuilen met racistische teksten, on-liners, quotes en/of beeldgrappen. Het zijn mijn vrienden. Ik ken ze, dus ik nuanceer ze. Mia ken ik verder niet, dus gaat het nuanceren bij haar me wat minder goed af.

Maar ook bij mijn eigen vrienden zijn er momenten waarop er eigenlijk niet veel meer te nuanceren valt en is de verleiding op momenten groot om hen eeuwigdurend van mijn tijdlijn te verbannen. Toch kan ik dat niet goed en vraag me niet waarom. Is het misschien heimwee naar de fijne tijd die ik ooit met hen had? Heb ik moeite om die fijne herinnering definitief los te laten? Of ben ik gewoon bang? Ik weet het niet, maar het verwijderen van sommige vrienden gaat me toch best moeilijk af. Ook vind ik het iets te gemakkelijk. Hen verwijderen voelt als het opzetten van oogkleppen. Daarnaast is het andere geluid (hoe onaangenaam ook) iets wat ik wel wil horen, want zij bestaan, dus ook hun geluid bestaat.

Daarnaast zou ik zonder Facebook vast nooit hebben geweten hoe zij in werkelijkheid over mij denken. Net zoals de familie Frank niet wist wie uit hun kennissenkring hen had aangewezen. Zelfs Jezus zag zijn eigen Judas niet aan komen. Dus ik vind de mening van mijn vriend die op de dag des oordeels naar mij zal wijzen best belangrijk.
Belangrijker dan de mening van alle anderen. Toch schrik ik er wel van als ik zie hoeveel potentiële ‘aanwijzers’ ik in mijn omgeving heb. Kennelijk grossier ik er in.

Jammer vind ik dat een gesprek met hen over dit onderwerp nooit zo goed lukt. Het gaat namelijk nooit over mij, vinden zij. Het zijn de mensen die op mij lijken, die zij wel haten. Ook vinden zij dat iedereen (behalve ik) het land uit zou moeten als zij het ergens niet over eens zijn. Dat ik wel mag blijven is als een compliment bedoelt en legitimeert tevens dat zij dus niet racistisch zijn. Dat ze allochtonen (behalve ik dan) als een gevaar voor de Nederlandse samenleving zien is ook een compliment waar het fundament van onze vriendschap fragiel op wankelt. Maar de echte vleiers zijn natuurlijk dat ze iedere werkende met een huidskleur (behalve ik) een baantjesdief vinden en iedereen die geen werk heeft (behalve ik) criminele uitkeringstrekkers die het land naar de verdommenis helpen. Ik kom er (als ze merken dat ik mee lees) altijd verdomd goed vanaf.

Maar waar ik stiekem echt ziek van ben is de wetenschap dat die ene vriendin die allochtonen baantjespikkers vindt, in het dagelijkse leven op een uitzendbureau werkt. Erg vind ik ook dat hij die vreemdelingen haat en Marokkanen in het bijzonder! bij een omroep werkt en onlangs nog verslag deed over de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Ronduit klote vind ik het om te weten dat zij die allochtonen een gevaar voor de Nederlandse samenleving vindt in het dagelijkse leven een kinderarts is in het ziekenhuis. Om dan nog maar niet te spreken over Henk. Henk is van mening dat ‘apen’ die de hele wereld over reizen om hier gratis uitkeringen op te strijken, beter af zijn in een vernietigingskamp. Henk is directeur van een basisschooltje.

En daarom moest ik dus denken aan Mia Sliwinski. Een raadslid en docente Nederlandse taal op een doorsnee middelbare school. Het Comeniuscollege in Capelle aan de IJssel om precies te zijn.  Met haar zou iedere ouder die zijn roots elders heeft liggen bevriend moeten worden. Al is het maar om de cijfers en beoordelingen van je kind in perspectief te kunnen blijven zien.

Advertenties