Op de vooravond van pakjesavond zit ik samen met mijn vriendin op een Portugees terrasje te genieten van de laatste straaltjes winterzon. De zon zakt langzaam in de zee, de lucht kleurt toverachtig terwijl de temperatuur snel daalt en een vriendelijke ober dienstbaar onze glazen bijvult. Twee vrolijk ogende Hollandse zusjes van begin twintig zitten een tafeltje verderop te kwebbelen en merken op dat we Nederlands spreken. Het verbaast hen, want wij zijn zwart, vertelt het jongste zusje. We hadden net zo goed Portugezen kunnen zijn, vult ze goed bedoeld aan. Al snel ontstaat er een gesprek en wisselen we elkaars woonplaatsen uit. Zij komen uit een dorpje in de buurt van Maastricht. We kletsen en lachen wat, maar dan slaat het noodlot toe. De Sinterklaas-discussie! De meisjes willen in al hun onschuld weten welk standpunt wij hier over hebben.

Daar gaan we weer, niet weer! denk ik nog..

‘In ons dorp wonen niet zoveel ‘negers’, legt het oudste zusje verklarend uit. ‘dus praten we er eigenlijk nooit over met ‘zwarte’ mensen’. Om de gemoedelijke sfeer tussen ons spontane contact niet te bederven, stel ik voor dan eerst iets over het indianen-volk te vertellen. De meisjes zijn nieuwsgierig.

‘Toen Columbus Amerika ontdekte’, vertel ik, ‘leefden er naar schatting tussen de 75 tot 200 miljoen ‘indianen’. Twee en tachtig jaar na de komst van Columbus waren er naar schatting nog zo’n 8.000 indianen over. Van een strijd is eigenlijk nooit sprake geweest. Het was een genocide. De ‘indianen’ waren niet opgewassen tegen de wreedheden, de hebzucht en vernietigingsdrang van hun witte overheersers. Land werd onteigend. Dieren gedood. Vrouwen verkracht. Mannen gedood of tot slaaf gemaakt.

Later romantiseerde de opkomende filmindustrie het beeld van deze genocide. De ‘indianen’ werden ‘roodhuiden’ genoemd. Buffalo Bill en Davy Crokett waren de helden van het witte doek. Een filmdoek waar ‘indianen’ vanuit hun eigen wereld geen toegang toe hadden met als gevolg dat het geromantiseerde beeld volop zijn werk kon doen onder de witte Amerikanen en hun kinderen. Kinderen identificeerden zich met de helden en speelden generatie op generatie ‘cowboytje en ‘indiaantje’ waarbij het doel was de indiaan te vangen. Het werd tot een ‘cultureel’ verschijnsel gemaakt dat wereldwijd werd geëxporteerd. Een enorme commerciële industrie kwam voort uit het maken van speelgoedpistooltjes, pijltjes en boogjes, hoofdtooitjes en cowboy-hoedjes. Geen kind ter wereld ontkwam er aan. Welk kind heeft het spel niet gespeeld?

In de eeuwen die volgden, ontwikkelde ‘indianen’ zich naar de leefwijzen van hun overheersers. Ze raakten steeds meer betrokken bij de ‘witte’ Amerikaanse samenleving. Eenmaal in die samenleving zagen zij hoe hun volkeren- en stammenmoorden door de filmindustrie werden geromantiseerd en op een speelse variant aan kinderen onderwezen. Onder anderen hoe de naam van een groot ‘indiaans’ leider door Disney was gekaapt en werd afgebeeld als een klungelig en dom ‘indiaantje’.  Hiawatha. Alle kinderen waren verzot op hem.

Ontwikkelde en vooraanstaande ‘indianen’ vonden het niet langer acceptabel dat hun kinderen, maar ook de kinderen van de witte Amerikanen, deze geschiedvervalsing aangeleerd kregen. Nu- en tot op de dag van vandaag – worden er in Amerika grote en belangrijke juridische procedures gevoerd door afstammelingen van ‘indianen’ die eerherstel eisen. Deze processen hebben Amerika tot op het bot verdeeld. Enerzijds is er de groep die snapt dat het spelen van cowboytje en ‘indiaantje’ eigenlijk niet meer kan en anderzijds is er een groep die het maar een ‘onschuldig’ spel van kinderen vindt. De ‘indianen’ zelf gaan verder dan dat. Zij zijn ook van mening dat een Amerikaans massavernietigingswapen niet de naam Tomahawk-raket mag dragen of Apache-helicopter, want -zo stellen zij- wij zijn geen volk die massavernietigingswapens heeft uitgevonden, laat staan zou gebruiken.

En precies dát is in Nederland nu ook aan de hand. De Amerikaanse Hiawatha ontworpen door Disney is de Nederlandse zwarte Piet ontworpen door Schenkman. Nakomelingen van slaven zijn net als de ‘indianen’ opgestaan. Zij zien en ervaren hoe hun gruwelijke geschiedenis wordt geromantiseerd, geminimaliseerd zelfs gebagatelliseerd tot een onschuldig kinderfeest. Zij zien ook hoe de nazaten van hun voormalige onderdrukkers hen opnieuw proberen de mond te snoeren en zelfs proberen te verachtelijken. Uit onwetendheid, sentiment, dominantie of uit het simpele feit dat zij met meer mensen zijn. Net als bij de ‘indianen’ is dit pas het begin. Zoals ‘indianen’ de naam aanvechten van de Tomahawk-raket zullen de nakomelingen van de slaven op een dag het dragen én maken van de slavenarmband ter discussie gaan stellen evenals de afbeelding van de slavernij op de gouden koets.

‘Is dat ook al een probleem dan?’..onderbreekt het jongste zusje mijn monoloog.

‘Zie jij Angela Merkel al op een Duitse Nationale feestdag met een hakenkruis op haar trotswagen rondrijden om het eenvoudige gegeven dat dit nou eenmaal bij haar geschiedenis hoort? ‘Of zie jij al voor je dat mensen elkaar massaal een zilveren Jodensterretje cadeau geven met daarin gegraveerde en liefdevolle teksten?’

Het meisje zwijgt.

‘Precies, dus voor de zwarte gemeenschap is zwarte Piet pas het begin van nog een hele lange weg van weerstanden te gaan’. Zo schrijf je ‘indianen’ en ‘negers’ op een dag beiden met een kleine letter omdat het geen volk, stam of nationaliteit omschrijft, maar de kleur van een huid. In Amerika bestaan er dankzij veel gevoerde procedures officieel geen ‘indianen’ meer, maar voor het zo ver is dat er in Nederland geen ‘negers’ meer bestaan..?

‘Nou ja’, onderbreekt het oudste zusje abrupt. ‘Het is en blijft uiteindelijk toch maar gewoon een kinderfeestje en kinderen vinden het leuk!’ Zwarte Piet moet gewoon zwart blijven!’

‘Nee, dat is het niet! valt het jongste zusje haar oudere zus in de rede. Het zal nooit meer ‘zomaar’ een gewoon kinderfeestje zijn, want een kinderfeestje wat haar onschuld heeft verloren, is eigenlijk gewoon volwassen geworden’.

Dan valt het stil. We zijn onder de indruk van elkaars woorden. De rest van de avond kletsen we over andere dingen en wisselen we telefoonnummers uit. Uit beleefdheid of misschien omdat we stiekem hopen elkaar ooit nog eens terug te zien. Ik hoop het laatste, want deze meiden waren geen racisten. Ze wisten gewoon niet beter, net zoals ik het eerst ook niet wist.

Advertenties