Het traditionele christelijke slachtfeest is weer begonnen. Jezusfans vreten massaal de bio-industrie leeg. Miljarden dieren sterven halal, plof, kosher, diervriendelijk, machinaal of eigenhandig om het leven van het christendom te vieren. Fuck wakker dier! Het is weer kerst!

Insjallah, religie heeft veel bloed nodig om in leven te blijven. Een soort permanent infuus. Zijn de resterende lammetjes en schaapjes net een beetje bekomen van het islamitisch slachtfeest, vandaag zijn de varkens, koeien, paarden, kalkoenen, hoenen en zwijntjes aan de beurt. Slachthuizen maken overuren. Extra beulen worden aangetrokken om tegen een minimumloon zoveel mogelijk dieren over de klink te jagen. Ervaring is geen vereiste, uithoudingsvermogen wel.

In de omgeving van abattoirs luiden sinds jaar en dag ook klokjes. Geen kerst, maar noodklokjes. Dierenrechtenorganisaties gillen moord en brand, al worden ze veelal bruut overstemd door angstige en in doodsnood verkerende dieren. Wie zich hier iets van aantrekt is een labiele linkse hobbyist. Echte mannen houden zich namelijk bezig met ergere dingen, zoals het islamitisch slachtfeest want dat is wél barbaars.

In de kadaverie bij mij om de hoek zijn de stukjes kadavers niet aan te slepen, het christendom heeft iets te vieren. Biologisch, gekweekt, gemanipuleerd of gemodificeerd, al maakt dat tijdens de aanbidding van ons alom geliefde kindeke even niet zoveel uit. Tevreden prijzen de dieren zichzelf op reclameborden aan. Sommigen wensen ons zelfs fijne kerstdagen toe. Ondertussen worden onze eigen kuikens groter en dikker dan ooit eerder in de geschiedenis. In de toekomst zullen onze kinderen omschreven worden als de plofkip generatie. Boordevol gemest met ambachtelijk bereide kiloknallers aangemaakt in een krokant bedje van uitpuilende groeihormonen. ‘Kip het meest veelzijdige stukje vlees, kip!’ Wie is er niet groot, en dan bedoel ik: hééél erg groot mee geworden?

Terwijl ik naar huis rijd en me afvraag wat ik in vredesnaam moet klaarmaken met de kerst, hoor ik op de achtergrond ‘Flappie’. Alweer staat dat kut konijn op nummer één. Een soort ‘Imagine’, maar dan erger. Luidkeels zingend vernaggel ik het lied door er een parodie doorheen te bléhren. Het laatste couplet hapert moet ik bekennen, toch ben ik nu wel bijna écht in de kerststemming.

Compleet is mijn kerstgevoel wanneer mijn moeder op belt. Ze wil weten wat we gaan eten met de kerst. Ik stel voor iets vegetarisch. Nadat ze hysterisch is uitgelachen probeer ik het nog een keer. ‘Geen sprake van!’, antwoord ze vastbesloten. ‘Je vader houdt niet van die rommel en bovendien is het kerst!’ Er valt geen speld tussen te krijgen, ik ken haar. Een ongemakkelijke stilte vult de rest van ons gesprek aan. In de stilte is ze op haar dominants.

‘Wat zou je willen dan?’ doorbreek ik ons gemoedelijk onderonsje.
‘Doe maar iets met kip!’ hoor ik haar eisen én: ‘Je vader is dol op jouw kip, daar heeft hij het altijd over!’.

Teleurgesteld, ingehouden en gefrustreerd geef ik me over, om de kerst te redden. Ik ben er klaar voor en opnieuw ernstig depressief. Al realiseer ik me ook dat niet ik, maar miljarden dieren uiteindelijk de échte slacht offers van dit feestje zullen zijn.

Vrolijk kerstfeest allemaal!

Advertenties