23 doden, 200 gewonden, 2 explosies, 3 daders, 1 voortvluchtige en ze maakten gebruik van splinterbommen.

Waarom haten ze ons zo? Vroeg Pauw gisteren in zijn uitzending aan zijn tafelgasten in reactie op het drama in Brussel. Een journalist, een oorlogsverslaggever, een Midden Oostencorrespondent en een terrorismedeskundige kregen het woord, al kon geen van hen een bevredigend antwoord geven.

En dit begrijp ik dus niet. Al dat potentieel en dan niet verder komen dan: “Ze zijn een hecht vriendengroepje, woonden in dezelfde rotbuurt, hebben naar Al-Jazeera gekeken en zijn zich gaan identificeren met de slachtoffers van Syrië en Libanon”.

Fijn deze analyse en nu?

Onlangs presenteerde terrorisme expert Beatrice de Graaf in DWDD University háár kijk op terrorisme, háár visie op radicalisering aan de hand van háár onderzoeksresultaten. Paralellen uit een historisch verleden werden vertaald naar het heden. Maar ook Beatrice kwam slecht uit de verf. We maakten dit al eerder mee, zo leerde zij ons. Ter illustratie werden Molukkers, de Ira en de Black panters uit de stoffige kelders van het archief gevist om ons collectief geheugen op te frissen. Zowel Beatrijs als de gasten van Pauw die zich overigens kenners, deskundigen en experts laten noemen, analyseren zich suf op het gedrag van anderen maar steeds vanuit een eigen blinde vlek. Hierdoor lukt het geen van hen om een oplossing te vinden.  Dit, terwijl iedereen weet dat wanneer je conflict wilt oplossen, je altijd eerst naar je eigen aandeel moet kijken. Om deze blinde vlek van het eigen radicaliseringsproces  voor het voetlicht te brengen, voel ik me geroepen, hierover mijn ideeën te spuien in de Sylvia Witte University.

Welkom op de Sylvia Witte University:)

Om het probleem van radicalisering beter te begrijpen moet eerst worden verteld dat niet bejaarden maar voornamelijk jongeren radicaliseren. De reden is verrassend eenvoudig. Jongeren tot 23 jaar hebben onvolgroeide hersenen in combinatie met woest woekerende hormonen en rondspuitend testosteron, dit maakt hen explosief maar ook impulsief en ontvankelijk. Daarnaast zijn jongeren in deze laatste fase van hun jeugd vooral bezig met identiteitsvorming en het zoeken van aansluiting bij groepen binnen het publieke domein. Groepen, die er toe doen.

Anders dan Beatrijs voorstelt hoeven we niet naar de voorbeelden te kijken van de IRA, de Molukkers of de Black Panters. Radicalisering in Nederland is veel dichterbij dan Beatrijs ons wil doen geloven en speelt zich momenteel af onder onze ogen, in het doorsnee Nederlandse gezin. Pas als we dit eerst onder ogen durven zien en dit ook durven benoemen! kunnen we de volgende stap pas maken en ons richten op het elimineren van geradicaliseerde jongeren uit andere culturen.

Hoe het écht begon

Het was 1989. De Twin Towers stonden nog overeind, toen de Berlijnse muur viel. Oost en west Duitsland werden met elkaar herenigd. Verraste en verbijsterde oost-Berlijners liepen na een lange periode van ellende naar de andere kant van de Duitse grens, het lang gekoesterde vrije westen binnen. Families vonden elkaar na 40 jaar terug. Er brak een monumentaal volksfeest uit. Vijf jaar later bleek dat vrije westen tegen te vallen. Hoewel toegang tot voedsel, betere producten en een fijner perspectief was toegenomen, bleek de werkeloosheid vermenigvuldigd en vielen lang gekoesterde dromen en verwachtingen opnieuw uiteen. Veel oost-Duitsers vonden niet de middelen om hun levensstandaard te verbeteren, anders dan de Turken die de weg in Duitsland wel gevonden hadden.

Vijf jaar na de val van de muur adopteren identiteitzoekende oost-Duitse jongeren het kledingmerk Lonsdale. Als een soort van echtheidscertificaat en om zich in groepsverband sterker te kunnen identificeren. De Lonsdale truien, jassen en petjes fungeerden al snel als uniformen. Een veelgenoemde verklaring voor uitgerekend dit kledingmerk is dat de middelste letters in het woord ´Lonsdale´ zouden verwijzen naar de NSDAP, de partij van Hitler. Wie eenmaal zo’n kledingstuk aan had hoorde er in het grauwe en teleurgestelde oost-Duitsland automatisch bij.  Langzaam waaide deze jongerencultuur over naar het westen van Duitsland, om zo rond het millennium ongemerkt de grens naar Nederland over te steken. Limburg, om precies te zijn. Onthoud voor de lol deze provincienaam even!

Nederlandse jongeren radicaliseerden eerst!

Het is 2000 wanneer in Limburg het kledingmerk en het bijbehorende gedachtengoed ma-te-lo-os! populair wordt.  Nederlandse Lonsdale-jongeren bedenken een eigen afkorting op het kledingmerk en al snel staat Lonsdale in Nederland voor: “Laat Ons Nederlanders De Allochtonen Langzaam Executeren”.  Ondersteund door gabber- en house muziek cultiveerden jongeren een eigen nationalistisch gedachtegoed. Overal in het straatbeeld en op schoolpleinen dragen ´witte´ jongeren Lonsdale kleding. ‘Zwarte’ jongeren die zich tot dan nog Nederlander wanen, maar eveneens een leeftijd hebben bereikt waarin zij zoekend zijn naar identiteit en groep, worden voor het eerst in hun leven -in Nederland- geconfronteerd door hun leeftijdgenoten met een onverwachte maar huizenhoge golf aan vreemdelingenhaat.

Het is 2001-2002 wanneer de Twin Towers wordt aangevallen en de LPF wordt opgericht. Pim Fortuyn zegt wat veel ´witte´ jongeren tot dusver via hun kleding hebben uitgedragen. De partij is onder ´witte´ jongeren exorbitant populair. Zij zien in Pim Fortuyn een leider. De media en politiek schrikken wakker door de enorme achterban die Fortuyn in korte tijd aan zich weet te binden. Op menig schoolplein breken gevechten uit tussen ‘witte’ en ‘zwarte’ jongeren. De Lonsdale koorts is op z’n hevigst rond 2004. Het gaat dan (volgens Anna Frank.org) om zo,n 125 groepen die zich over heel Nederland hebben verspreid. De meeste groepen bestaan uit 5 tot 50 actieve jongeren met een nog veel grotere groep passieve jongeren daarom heen.

IS bestaat dan nog niet. In Irak rommelt het wat. Theo van Gogh leeft nog. Niemand weet dan nog waar Syrië ligt. Er bestaan dan nog geen geradicaliseerde moslimjongeren in Nederland. Ook zijn er geen zelfmoordaanslagen in Westerse steden en geen vluchtelingen. Wel worden ‘zwarte’ jongeren op straat en op scholen aangevallen, geslagen en uitgescholden. De media schenkt hier geen aandacht aan. Scholen en justitie spreken over incidenten en kwajongensstreken.  Wilders stapt in deze periode uit de VVD fractie en begint zijn eigen groep.

De verharding

Onder jongeren en op schoolpleinen woedt intussen een echte oorlog. Eigenlijk een identiteitsoorlog uitgedrukt in door nylon doorgestikte kledingmerken. Daar waar Lonsdale jongeren het volumeknopje van hun hardcore muziek vol uit draaien, beginnen ‘zwarte’ jongeren massaal ritmisch te rijmen over achtergestelde levens en kapot geslagen dromen. ´Afro jongeren´ introduceren de afzakkende baggy broek van het kledingmerk Karl Kani. Een broek die volgens de ontwerper staat voor: ‘het uit laten komen van je eigen dromen’, al staan de letters in Nederland volgens de dragers  voor: ´Kanker Aan Nederlandse Inwoners´.  Oplettende scholen zien de kledingoorlog tussen hun leerlingen en leggen Lonsdale- en Kani verboden op, maar doen te weinig aan het achterliggende gedachtegoed.

Het is eind 2004 wanneer onverwacht Theo van Gogh wordt vermoord. Weinig jongeren kennen Van Gogh, maar de dader is een moslim en het dak in Nederland gaat er af. Niet alleen jongeren maar ook volwassenen zijn nu boos. Cabaretiers, journalisten, columnisten, de politiek, talkshows en artiesten buitelen over elkaar heen om ‘zwarte’ jongeren in het algemeen en moslims in het bijzonder ongenuanceerd en negatief te framen. Migrantenwijken worden overlopen door cameraploegen die zich vooral richten op emotionele en ongenuanceerde uitspraken van gefrustreerde 12 tot 16 jarigen moslimjongeren. Alles mag nu worden gezegd in het kader van het ene of andere wetsartikel, alleen de uitspraken van moslimjongeren worden bekritiseerd, waarna ook de rest van de moslimgemeenschap wordt verworpen. Lonsdale jongeren voelen zich gesteund door het maatschappelijk klimaat.  Woorden als koppenvoddentax, kut-Marokkaan en rifapen horen al snel bij het normale vocabulaire van een doorsnee ‘witte’ puber.

‘Zwarte’ jongeren voelen- en worden niet gesteund of vertegenwoordigd door volwassenen, media en politiek. Ze trekken zich massaal terug binnen eigen gelederen en uiten zich op internet op zoek naar eigen mediakanalen. Teleurgestelde moslim meisjes dragen opstandig, provocatief, uit emancipatie, statement of overtuiging een hoofddoek. Moslim jongens keren zich volledig van de Nederlandse samenleving af.  Afro jongeren balanceren ongemakkelijk door de verschillende culturen heen, op zoek naar houvast. Het radicaliseren is in al zijn hevigheid om zich heen aan het slaan, al slaat niemand er echt acht op, het zijn tenslotte maar jongeren is dan nog de gedachte.

Ingrijpen en alarmeren

Het is 2005 wanneer niet de Nederlandse overheid, maar Lonsdale zelf ingrijpt. Openlijk nemen zij afstand van het gedachtegoed welke door ‘witte’ jongeren wordt uitgedragen. Als statement besluit het kledingmerk de verkoop van haar kleding in Nederland en onder Nederlandse jongeren stop te zetten. Bron: Lonsdale

Ook de AIVD is nu uitgeslapen. Het is 2006. Aanleiding zijn twee incidenten in Venray en Uden. Een brand in een islamitische school  en een knokpartij tussen ‘zwarte’ en extreem-rechtse jongeren. Uit het eerste onderzoek van het AIVD onderzoek komt naar voren dat Lonsdale-jongeren weliswaar geen rechts-extremistische ideologie aanhangen, maar dat vreemdelingenhaat, nationalisme en frustratie over de multiculturele samenleving binnen haar groep wel breed gedragen gevoelens zijn. Het gebruik van provocerende symbolen, uiterlijk en taal lokt veelvuldige confrontaties uit met allochtone jongeren aldus de AIVD. Volgens de AIVD schuilt hierin een potentiële dreiging voor de democratische rechtsorde, omdat deze confrontaties op termijn de samenhang in de Nederlandse samenleving zal aantasten!! Een vooruitziende blik! Al horen we in de jaren daarna, wanneer het eenmaal zo is, daar niemand meer over.  Tot slot  constateert de AIVD dat de Lonsdale-cultuur ook in buurlanden voorkomt, maar nergens het rechts-extremistische imago onder ‘witte’ jongeren een zodanige vlucht heeft toegenomen als in Nederland. Bron: AIVD

De media rept hier nagenoeg met geen woord over. De politiek zwijgt.

..een sprongetje in de tijd.

Het is 2016. Betreurenswaardig is dat inmiddels van een samensmelting tussen jongeren nauwelijks meer sprake is geweest. Wie de laatste tien jaar een doorsnee schoolplein heeft bekeken, zag een strakke scheidslijn tussen ‘witte’ en ‘zwarte’ jongeren. Kon je vroeger nog prima met een Turks of Marokkaans vriendje thuis komen, vandaag de dag is dit over en weer not done. Daarnaast zijn de 12 tot 23 jarigen van toen, de 22 tot 33 jarigen van vandaag. Met dit verschil dat de ene groep bloed- en de andere groep het slachtofferschap heeft geproefd. Voorheen hadden zij geen- maar nu wel beiden een eigen leider. De ene geradicaliseerde groep een islamitische leider.  De andere geradicaliseerde groep toevallig of  niet een van oorsprong Limburgse leider!

Beide groepen zijn naar binnen gekeerd geraakt. In beide groepen heerst angst voor de ander. Binnen beide groepen is het merendeel niet, maar zijn enkelingen wél bereid om aan een gewapende strijd deel te nemen.  Toch wordt het geradicaliseerd zijn in Nederland nog steeds alleen geproblematiseerd in de richting van één groep. Moslims. Toevalligerwijs ook de groep die in Nederland de meest gewelddadige aanslagen vanuit de witte jongerenbeweging voor haar kiezen heeft gekregen, en nog krijgt! Een verdrietig en ontluisterend overzicht van alle aanslagen gericht op alleen al islamitische scholen en gebedshuizen van 2001 tot 2014.

Zou de lijst actueler zijn en/of worden aangevuld met aanslagen op AZC´s, personen of andere etnische doelgroepen dan was hij nog veel langer geweest.

Hoewel terroristische aanslagen in Nederland voornamelijk moslims treffen is het complete radicaliseringsprogramma tegen hen gericht, en niet gericht op het deradicaliseren van de eigen jongeren of jongeren in het algemeen. Precies dat is het gif in de haarvaten die binnen de moslimgemeenschap stroomt.  Juist dát maakt dat de gelederen gesloten blijven en een sterke:  ‘zij zijn tegen ons’ wordt gevoeld. Dit moet anders. We moeten net zo kritisch zijn naar onszelf als waarmee we de ander beoordelen. Allerhande aanslagen moeten even sterk worden veroordeeld.

Nu zijn Nederlandse moslimjongeren boos, gefrustreerd en teleurgesteld. Dat is, als we de geschiedenis van de lezing van Beatrijs van de Graaf bekijken, een gevaarlijke voedingsbodem. Onmacht die zich omzet in geweld is explosief.  Net zo explosief als een jongen die na lang te zijn getreiterd terug gaat naar school, om zijn klas leeg te schieten. Radicalisering en terrorisme aan één groep toerekenen terwijl het hen juist hen in veelvoud treft is als een tikkende tijdbom onder een Amsterdams Station.

Intussen zijn de 14 tot 24 jarige Lonsdale dragers van toen, de 24 tot 34 jarigen van vandaag. Het zijn de jongens en meisjes die toen geen ‘macht’ hadden, maar vandaag belangrijke functies invullen bij de media, als beleidsmakers in de politiek actief zijn, in sollicitatiecommissies zitten, bij de politie dienst doen en in overige overheidsdiensten zeggenschap hebben. Ze zitten op de bus, doen dienst als arts of bedienen een kassa. Ze delen met elkaar mierzoete jeugdherinneringen aan hun Lonsdale tijd en hebben een gedeeld vijandsbeeld getuige de vele reportages op radio en televisie. Nagenoeg iedere ´witte´ Nederlander in deze leeftijdcategorie die gevraagd wordt wat hij van Marokkanen of moslims vindt, uit zich onverbloemd racistisch of negatief.

Dus op de vraag van Pauw: ‘waarom haten ze ons zo’. Is dit misschien een antwoord.

De oplossing..

Wie softe en langdurige oplossingen zoekt, moet zich aanstaande maandag als de wiedeweer gaan melden op het schoolplein, want zolang onze jongeren daar lijnrecht tegenover elkaar staan, investeren we met elkaar in een verloren toekomst en daar is iedereen die dit verhaal gelezen heeft dan weer wél schuldig aan. Ook adviseer ik terrorismedeskundigen om mensen in het vervolg te adviseren eens een dagje thuis te blijven om in gesprek te  gaan met de eigen jeugd. Maar wie in Nederland serieus een aanslag wil voorkomen, hoeft alleen maar geldelijke beloningen uit te loven. Jongeren in het algemeen en radicaliserende jongeren in het bijzonder zijn in deze fase van hun leven het meest behoeftig maar ook ontvankelijk voor beloningen, complimenten en geld.

Zo simpel werkt dat. Zo simpel werkt het bij IS ook. Een strategie van belonen, verdelen en heersen wanneer het nodig is.  Loof dus geldelijke beloningen uit onder zowel ‘witte’ als ‘zwarte’ jongeren. 10.000 euro aan hen die anderen zien radicaliseren. 15.000 euro aan hen die van anderen weten dat ze in het bezit zijn van wapens.  20.000 euro aan hen die ronselaars kunnen aanwijzen. 50.000 aan hen die een potentiële aanslag kunnen voorkomen. De geldbedragen zullen de jongeren een uitweg en een nieuw perspectief bieden. Het zullen de broers, zussen, neven en innige vrienden van de potentiële daders zijn die hiermee in de verleiding worden gebracht zichzelf en hun familie te belonen wanneer zij het ‘goede’ en ‘het veilige’ van de samenleving willen dienen. Ik schat in dat voor een slordige 500.000 euro, geen slapende cel in Nederland nog een oog durft dicht te doen. Hij zal niemand meer kunnen vertrouwen. De onderlinge loyaliteit zal verdwijnen als sneeuw voor de zon, evenals de voedingsbodem. Niet geheel onbelangrijk is ook dat het de miljarden zal besparen die nu worden uitgegeven aan allerhande beveiligings- en opsporingsdiensten. Daarnaast is deze aanpak gericht op iedereen die radicaliseert. Waardoor we  weer even allemaal  gelijk zijn en daar hebben we in Nederland, zeker met betrekking tot dit thema heel erg veel behoefte aan.

Oh..en doen we dit niet? Dan zal op een dag Wilders de grootste partij van Nederland worden en moslims de pineut.

 

Advertenties