Het begint bizarre vormen aan te nemen. Sylvana Simons die in ieder interview de Armeense genocide schijnt te moeten erkennen in ruil voor haar geloofwaardigheid.

Toegegeven, zelf was ik allang door mijn knieën gegaan. Voor de lieve vrede.  Na de zoveelste zeikjournalist zou ik vrij karakterloos voor het oog van de meesmullende camera breken. Mijn idealen zou ik ritueel verbranden en mijn laatste beetje strijdbaarheid doneren aan KIKA.  Om van dat gezeik af te zijn. Zwichtend onder de maatschappelijke druk zou ik luid snotterend zoveel misstanden in de wereldgeschiedenis erkennen, dat zelfs de massa slachting op de Bandanezen weer eventjes op de agenda kwam. Ik zou doorslaan. Van Rwanda tot de genocide in de vleesindustrie. Om er daarna voor eeuwig vanaf te zijn.

Het begint zo onderhand op een uit de hand gelopen sociaal experiment te lijken. Hoeveel maatschappelijke druk is er nodig om een sterke vrouw te breken. Of op haar knieën te dwingen. Diep door het stof mag ook. Zolang zij ‘haar’ verantwoordelijkheid maar neemt.

Een verantwoordelijkheid overigens die de Nederlandse staat niet neemt. Nederland erkent de Armeense genocide zelf niet. Al zal dat heel Nederland een vette knapperige rookworst zijn, want het gaat hier om Sylvana Simons. Het illustere brein achter de moord op zwarte Piet.

Premier Rutte besloot in 2015 nog om niet naar de honderdjarige herdenking van de genocide/oorlogslachtoffers in de Armeense hoofdstad te gaan. Het interesseerde niemand. Minister Asscher  vertelde het afgelopen jaar in de Elsevier de Armeense genocide niet te erkennen omdat hij rekening wil houden met de gevoelens van de Turken en de Armenen.  Bovendien meent hij dat Nederland zal pas spreken van een genocide als een rechter dat bepaalt heeft op basis van internationaal recht. Niemand  over horen zeiken in mijn vriendenkring.  Ook niet over de Amerikanen die het erkennen voor een tweede keer hebben uitgesteld. Of over de andere 165 landen die de Armeense genocide niet hebben erkend. Geen woord. Zó belangrijk is het -kennelijk- nou ook weer niet.

Zolang Sylvana Simons de Armeense genocide maar wél erkent.

Dus buitelen logischerwijs journalisten over haar heen, in de wens haar opnieuw die ene prangende vraag te mogen stellen. Al is het maar om haar geloofwaardigheid te testen. Het niet willen doen van uitspraken rondom dit thema is tenslotte hét bewijs dat ze niet deugt. Wellus, wellus, wellus!

Monddood moet ze! Weg bij die camera! Aandachtsgeile kakteef! Oprotten,  en zeker met haar huilie-huilie partijtje Artikel 1. Bovendien staat maart voor de deur en staan de glimmende laarzen van Wilders al te trappelen in het vet. Als het aan zijn volgelingen ligt zal dit artikel tot op het bot worden afgekloven. Niks gelijke rechten, althans niet voor iedereen en bij voorkeur niet voor Sylvana Simons. Haar antwoorden moeten anders gewogen worden. Haar idealen in een ander licht. Haar passie en emotie gecriminaliseerd en anders geboeid terug in de verdachtenhoek.

Als ze al een zetel haalt, dan zal ze hooguit invloed mogen uitoefenen over de kleur van een hondenpoepveldje in Amsterdam Zuid Oost. In ieder geval zolang ze zich niet uitspreekt over de Armeense kwestie.  Het is hoog tijd dat ze eindelijk weer eens gewoon gaat doen. Net als andere mensen. Gewoon kop intrekken en terug dat maaiveld in.

Alleen al daarom geef ik Sylvana denkbeeldig één van mijn ribben. Ter versteviging van haar ruggengraat,  en een muzikale ondersteuning  clipje ..Want alleen muziek drukt dat uit wat niet gezegd kan worden maar waarover ook nooit gezwegen kan worden.

Advertenties